Tot versie 21 werd uitgebracht, waren er niet veel manieren om de stalen staafverbindingen realistischer te modelleren dan met IDEA StatiCa. Maar toch waren er situaties waarin de randspanningswaarden onnauwkeurig waren en niet overeenkwamen met het echte gedrag van de stalen elementen. Het was niet eenvoudig om de juiste manier te vinden om gefocust te blijven op het verbindingsontwerp, alleen het gebied dicht bij het structurele knooppunt op te lossen en tegelijkertijd rekening te houden met het gedrag van de rest van de aangesloten staven.
Maar het ontwikkelingsteam heeft een andere weg ingeslagen. Ze hebben het model drastisch vergroot door staaf onderdelen toe te voegen die niet zichtbaar maar essentieel zijn voor het gehele model. Deze onderdelen worden gecondenseerde superelementen genoemd en ze doen al het werk voor de gedragsverbetering.
Deze wijziging zorgt ervoor dat de uiteindes van de staven die zichtbaar zijn in de hoofdscherm helemaal niet de uiteindes zijn. In eerdere versies werden de eindsecties in hun vlak gefixeerd en hierdoor konden hier vaak niet-realistische spanningspieken ontstaan. Nu kunnen ze niet alleen vervormen binnen het doorsnedevlak maar ook loodrecht op dit vlak.

Vooral met de holle profielverbindingen laten de resultaten een betere overeenstemming zien met experimentele tests en ontwerpnorm-formuleringen.
Aan de andere kant betekent deze verandering ook dat de spanningspieken die eerst in de eindsecties optraden, dichter bij het verbindingsknooppunt kunnen en zullen komen. In sommige gevallen kunnen de verbindingselementen worden blootgesteld aan grotere krachten met 'gecondenseerde superelementen'.
Drie voordelen :
Deze verbetering brengt ook erg handige bijwerkingen met zich mee: de staafeindes die worden gesimuleerd door schaalelementen kunnen nu korter zijn. De belangrijkste voordelen van deze wijziging zijn:





